Alles over de groene lifestyle

Isolatieplaten

Isolatieplaten zijn geprefabriceerde elementen die gebruikt kunnen worden voor de isolatie van muren, daken, plafonds en vloeren. Vergeleken met de traditioneel toegepaste methode roosterbouw bieden isolatieplaten betere en meer uniforme isolatie. Omdat er zich tussen de isolatieplaten geen ander materiaal bevindt, worden zowel lekken als vochtproblemen sterk teruggedrongen. Isolatieplaten zijn over het algemeen eenvoudig aan te brengen; men hoeft geen rooster meer te plaatsen.

Een isolatieplaat bestaat over het algemeen uit een kern van schuimisolatie (PUR of EPS / XPS), met daaromheen materialen die als vocht- of brandbarrière dienst doen (de zogenaamde ‘cachering’). Op de cachering kan vervolgens bijvoorbeeld getegeld of behangen worden, maar meestal wordt eerst een laag stuc of pleister aangebracht. Het productieproces van een isolatieplaat is een belangrijke factor in de kwaliteit van het uiteindelijke product. De verschillende lagen moeten dusdanig aan elkaar vastgelijmd worden, dat ze in de toekomst niet van elkaar losraken. Daarnaast moeten ze gaaf zijn; putten of uitsteeksels kunnen zorgen voor gaten (en dus lekken) in de uiteindelijke isolatie. Controleer altijd de garantie alvorens u tot aanschaf overgaat. Isolatieplaten kunnen in principe op maat gemaakt worden, al worden ze meestal in installatieklare isolatie-sets verkocht. Een dergelijke set biedt een complete isolatie-oplossing voor een compleet huis of delen daarvan. Controleer gelijk of u in aanmerking komt voor subsidie op isolatie.

De ondergrond

Alvorens begonnen wordt aan installatie van isolatieplaten, is het van belang dat het te bedekken oppervlak zo vlak mogelijk is. Op deze manier voorkomt u holtes achter de isolatie, die de effectiviteit ervan verminderen. Probeer uitstekende oneffenheden die groter zijn dan 1cm te verwijderen met een beitel. Putten dienen opgevuld te worden met een juiste mortelsoort. Is de basis brokkelig of zit hij los, houd er dan rekening mee dat alleen lijmen niet genoeg is; het kan dan nodig zijn pluggen toe te passen.

Het is ook van zeer groot belang dat de ondergrond zo waterdicht mogelijk is. Op deze manier voorkomt u latere vochtproblemen. Isolatieplaten kunnen dan wel een vochtwerende laag hebben; het zijn en blijven primair isolatieplaten en geen vochtstoppers. Vocht dat achter de isolatieplaten terecht komt, kan naar beneden afzakken. Het kan dan lekkage of andere problemen veroorzaken op lagere verdiepingen. Vooral kozijnen zijn een zwakke plek; zorg ervoor dat ze goed vochtdicht geplaast zijn. Om dit te bewerkstelligen, kunt u denken aan een bitumenrand tussen het kozijn en de muur.

Installatie van isolatieplaten

Om de individuele platen op elkaar aan te laten sluiten, bevatten veel isolatieplaten een randprofiel. De inkeping van de ene plaat haakt dan in de holte van het volgende profiel (het ‘messing en groef’ systeem). Hierdoor ontstaat een egaal oppervlak, dat relatief eenvoudig te stukadoren of bepleisteren is. Platen zonder randprofiel (zogenaamde ‘stompe platen’) zijn goedkoper, maar het is moeilijker een egaal oppervlak te realiseren. Om dit te bewerkstelligen, is het vaak nodig de naden tussen de platen te voegen en het oppervlak te schuren. Let er op dat u bij het plaatsen van stompe platen pas 48 uur na het plaatsen van de platen een voegmateriaal tussen de platen toepast. Doet u dit te vroeg, dan kan het uitzettende voegmiddel de platen van hun plaats duwen. Plaats stompe platen dus droog, d.w.z gebruik bij plaatsing nog geen voeging! Let er met schuren op dat niet alle oppervlakken even goed schuurbaar zijn; XPS valt bijvoorbeeld makkelijk uit elkaar.

Voor het bevestigen van de isolatieplaat aan de ondergrond wordt meestal een hechtmortel gebruikt. Deze lijm kan in geval van een goede effen ondergrond uitgesmeerd worden over het volledige oppervlak van de isolatieplaat. Is de ondergrond ruwer, dan kunt u kiezen voor een zogenaamde randverlijming. Bij randverlijming voorziet u enkel de randen, hoeken en het centrum van de platen van hechtmortel. Gebruik een schuurbord om de platen tegen de ondergrond aan te drukken, maar let er op dat er geen mortel in de naden tussen de platen terecht komt. Controleer regelmatig of de platen wel in hetzelfde vlak zijn aangebracht (lees; de platen mogen niet ten opzichte van elkaar uitsteken).

Passtukken

Probeer zoveel mogelijk de platen heelhuids te installeren. Op sommige plaatsen is dit echter niet mogelijk en moeten de panelen tot passtukken verzaagd worden. Probeer in dergelijke gevallen een zo strak mogelijke zaaglijn te verkrijgen, om eventuele holtes te voorkomen. In geval van schuimprofielen kan meestal een fijne handzaag gebruikt worden. In geval van minerale wol moet u echter gebruik maken van een scherp mes; vermijd scheuren, knippen of zagen. Probeer voor passtroken een minimale breedte aan te houden van ongeveer 15cm. Gebruik geen afgebrokkelde of anderzijds beschadigde platen. Om zeer kleine passtroken te voorkomen, is het ook mogelijk in de hoeken enkele isolatieplaten verticaal te monteren. Tot slot is het te adviseren de isolatieplaten in verband aan te brengen. Dit houd tin dat de platen zo’n 15cm ten opzichte van elkaar verspringen. Het voordeel hiervan is dat er geen gaten (‘kruispunten’) ontstaan op plaatsen waar 4 platen samenkomen. Daarnaast zorgt het ervoor dat met name de hoeken netter uitkomen.